Cyberpesten

Onderzoek toont aan dat één op de drie kinderen geconfronteerd wordt met cyberpesten. Eén op de vijf kinderen appt wel eens berichten door die anderen beschadigen of buiten sluiten. Cyberpesten vindt meestal niet op school plaats, maar thuis. Dat maakt het voor ons als school moeilijk om hier een vinger achter te krijgen. In digitale lessen als ‘Samen online safe & social’ en bij de lessen Tienerwijs besteden we structureel aandacht aan dit fenomeen. De sociale druk om ‘mee te doen’ of ‘mee te blijven doen’ aan groepsapp’s e.d. blijkt desondanks groot. We kunnen als school dan ook niet zonder uw hulp, willen we nare uitwassen bestrijden.

Twee vuistregels die we u als ouder graag mee willen geven:

-Zorg dat het mobieltje ’s avonds niet naar de slaapkamer wordt meegenomen. De meeste nare berichtjes waar we over hoorden werden ’s avonds of ’s nachts verstuurd.

-Toon interesse voor de communicatievaardigheden van je kind. Weet waarmee je kind bezig is op tablet en mobiel. Maak ook duidelijke afspraken over wat kan en niet kan.

Twee vuistregels om mee te geven aan je kinderen:

-Alle informatie die je in het gewone leven voor jezelf houdt, geef je ook niet prijs op het internet.

-Alles wat je niet in het echte leven rechtuit tegen iemand durft te zeggen, tik je ook niet in op Whatsapp, Facebook, Instagram of waar ook… Heeft u als ouder behoefte aan meer informatie in de vorm van een informatieavond of ouderkring, laat het dan even weten aan Christa, onze Ouder & Kind coach. Klik hier om haar een e-mail te sturen.

 

Hieronder nog wat tips!

Wat kan je als ouder doen om cyberpesten te voorkomen?

-Zorg dat het mobieltje ’s avonds niet naar de slaapkamer wordt meegenomen

-Toon interesse voor de communicatievaardigheden van je kind. Weet waarmee je kind bezig is op tablet en mobiel. Maak ook duidelijke afspraken over wat kan en niet kan (o.a. tijdbesteding).

-Bespreek concrete voorvallen, ervaringen of nieuwtjes en verken wat kan of niet kan.

-Check de Whatsapp berichten eens in de zoveel tijd, samen met je kind of vanuit een backup op de pc.

-Bekijk met je kind hoe hij/zij met Facebook, Instagram en Whatsapp kan omspringen (vrienden maken, boodschappen of contacten blokkeren, informatie delen…).

-Hou een oogje in het zeil bij ICT-gebruik. Zeker bij kinderen in de basisschool leeftijd hoort de computer/het tablet in een gemeenschappelijke ruimte waar toezicht mogelijk is.

-Dring er bij je kind op aan dat het geen wachtwoorden, inlogcodes of andere gevoelige informatie uitwisselt met anderen.

Wat als je kind slachtoffer is van cyberpesten?

-Let op gedragssignalen: plots niet meer naar school willen, niet meer computeren of geen mobieltje meer aanraken

-Ga het gesprek aan: blijf rustig en luister naar het verhaal van je kind.

-Neem het verhaal van je kind ernstig maar durf ook relativeren. Internet- of chat-communicatie komt soms harder aan dan bedoeld.  

-Reageer niet zelf op pestmails of pest-smsjes.

-Vertel je kind pestmails, pest-chats en pest-sms’jes bij te houden of uit te printen als eventueel bewijsmateriaal.

-Bekijk samen met je kind hoe hij/zij zich beter kan beschermen. Verander desnoods het mobiele nummer, e-mailadres of de online gebruikersnaam. Zoek uit hoe bepaalde contactpersonen kunnen worden geweerd of geblokkeerd.

-Komen de pesterijen uit de schoolomgeving, praat dan met de leerkracht, net zoals je dat met gewoon pesten doet.

Wat als je kind zelf cyberpest?

-Maak je zoon of dochter duidelijk dat je niet wil dat hij/zij anderen op die manier pest. Eis dat het (cyber)pesten stopt of neem de mobiele telefoon in.

-Vraag uitleg over het waarom van zijn/haar gedrag.

-Speel in op zijn/haar inlevingsvermogen: ‘Hoe zou jij het vinden als dit met jou zou gebeuren?’

-Bespreek met je kind hoe hij/zij de aangerichte schade en het geschonden vertrouwen kan herstellen (met het slachtoffer, met jullie, met de school).

-Bereid de stap naar echte verontschuldigingen voor en kijk toe op de uitvoering.